Voordat alle geschapen dingen er waren, bestond God al in een volmaakte relatie met Zichzelf: Vader, Zoon en Geest. God schiep de wereld en het was heel goed. Daar deelde Hij een unieke band met de mensheid. We waren geschapen om het volmaakte leven met Hem te leven, met de Koning van het heelal, met het leven zelf. Maar God heeft de mens niet gedwongen om Hem lief te hebben. Hij liet ons kiezen. Maar met deze vrije wil om voor het leven te kiezen, koos de mens ervoor zijn eigen weg te gaan en wees daarmee God af.
Het afwijzen van de Koning van het heelal is verraad dat zijn gelijke niet kent. Het is rebellie tegen het leven zelf. Dood, lijden en allerlei ellende doen hun intrede in deze wereld. De mensheid is gedoemd om afgescheiden te leven van de volmaakte hemelse Vader. Er is geen weg terug naar de tuin van Eden (het Paradijs). God kon deze opstand van de mens niet zomaar goedpraten, omdat dat niet rechtvaardig zou zijn. Een rechtvaardige God eist dat de straf voor de gepleegde misdaad wordt betaald. De straf voor de opstand tegen het leven is de dood.
Maar God hield zoveel van de wereld dat Hij een reddingsplan in het leven riep om de mensheid van de dood te redden. Hij wilde het mogelijk maken dat we opnieuw de volheid van Zijn leven en liefde voor eeuwig zouden kunnen kennen. God stuurde Zijn Zoon Jezus naar de wereld om het volmaakte leven te leven, een leven waarin Hij nooit in opstand gekomen is of tegen God gezondigd heeft.
Jezus gaf zich vrijwillig over aan de kruisdood om de straf die de mensheid verdiend had voor zijn opstandigheid tegen God, op zich te nemen. Zo ging Hij in onze plaats staan. Drie dagen later werd Hij weer levend, omdat Hij God is en de dood kan Hem dan ook niet vasthouden. Op dat moment wordt het voor de mensheid niet alleen mogelijk om vergeving voor de zonde te krijgen, maar Jezus heeft er ook voor gezorgd dat we een nieuw en eeuwig leven kunnen krijgen. De vloek van de dood heeft Hij voor ons verbroken.
Alles wat we nu moeten doen is geloven in Jezus’ evangelie, geloven in wie Hij zegt dat Hij is: de gekruisigde en opgestane Redder van de wereld, de Koning van het heelal, en Hem aannemen als HEER van ons leven. Er is redding en leven mogelijk voor iedereen die op Hem vertrouwt en de Heilige Geest maakt het voor ons mogelijk om het leven te leiden waarvoor we oorspronkelijk geschapen zijn: een leven dat Gods beeld weerspiegelt en openbaart, zodat iedereen het ware leven kan leren kennen. Als we ons vertrouwen in Jezus stellen, dan doen we als het ware ons oude leven uit en trekken we het nieuwe leven aan. Op een dag zal Jezus terugkeren en Zijn Koninkrijk zal dan volledig worden hersteld. Iedereen die in Hem gelooft zal voor eeuwig in dat Koninkrijk mogen leven. Daarom zijn we geroepen en zijn we er ook van overtuigd dat we nu Gods liefde met de hele wereld delen, zodat iedereen zal weten over deze eeuwige hoop, vandaag en voor altijd.


